#47 Jaarkaart

Dag mooie man, morgen vier je je eerste verjaardag. Alvast gefeliciteerd! We hebben dit jaar wel nodig gehad om een echt gezin te worden. Twee vrije vogels die opeens een rijtjeshuisrelatie krijgen en een eenheid moeten gaan vormen én toch authentiek moeten zien te blijven én een eigen stroom blijven volgen. Dat gaat blijkbaar niet van het ene op het andere moment. Ik geloof dat we de family spirit nu te pakken hebben. Het is te meten. Sinds vandaag hebben we namelijk een jaarkaart. Een jaarkaart van de Orchideeënhoeve.

We zijn nu een jaarkaartgezin! Kunnen we onbeperkt op zondag naar het Amazone regenwoud en de Lori’s voeren in de Lorituin. Je keek vanmiddag je ogen uit. Had je gezien dat Grote Broer op zijn hoofd werd gepoept? En papa daarna ook? Ome Jan moest stiekem heel hard lachen. En Grote Broer later ook wel. Papa en mama hebben verschrikkelijk genoten van vandaag en staan daarom niet voor niets veel te vrolijk op de pasfoto op onze jaarkaart compleet met cadeaumagneet en welkomstenveloppe met kortingsbonnen. Officieel ben je hier al eerder geweest. Op de dag dat papa met mama trouwde, vierden we het hier. Toen zat je al zo’n vijf maanden in mama’s buik. Zie foto’s in je plakboek.

Ik hoop dat je je eerste verjaardagscadeau mooi vindt. Ome Jan heeft ‘m zelf getimmerd en in de rugleuning je naam gebeiteld. Je eigen troon! Morgen mag je je loopfiets uitpakken. Maar dat is nog een verrassing. Papa en mama gaan zo meteen voor het eerst de huiskamer voor je versieren. Aan de gelukzaligheid die hierbij vrij komt is het gezinsgevoel meetbaar. Typisch dat papa dit op de dag voor je eerste verjaardag zo sterk kan voelen. Dat komt denk ik omdat Ome Jan vandaag op bezoek was. Hij is een rasechte familieman en is met zijn gezinnetje de belichaming van het rijke familieleven. Hij moet morgen gewoon werken dus kan niet op je echte verjaardag zijn. Maar voor een familiemens als papa’s broer is het missen van de eerste verjaardag van zijn neefje absoluut ondenkbaar. Dat doet pijn in het grote familiehart. Daarom kwam de club van Ome Jan een dagje eerder. Kijk, dit bedoel ik. Hij stuurt ons nu al de foto door waar we met z’n allen op staan in de zwevende bloementuin en de vlinder vallei. Papa zal ze doorsturen naar Ome Geert in Dubai. Die zijn op vakantie. Leuk om even een foto’tje te versturen in de familie app. Dat is ook iets wat papa opeens wél kan waarderen. De familie app. Een groepsapp met als titel de achternaam van de familie en dan een verkleinwoordje erachter en een familiekiekje als profielfoto waar de buitenste rij maar half op staat. De foto die ik je gisteren liet zien van je neefje die voor het eerst in het vliegtuig zat. Familieapp. Oja, en nog iets. Papa kijkt enorm uit naar het familieweekend in Groenlo over twee weken. Dat is ook een nieuw fenomeen voor papa… Zin in een familieweekend.

IMG_8836

Morgen komen je grootouders. Op de dag zelf. Ik weet het, maandag is geen handige dag om een verjaardag te vieren. Iedereen moet werken, maar dat is prima. Alle aandacht voor de opa’s en oma’s. Mama wil op de dag zelf. Dat schijnt traditie te zijn in Indonesië. Daar brengt het ongeluk als je het eerder viert dan je geboortedag. Bijgeloof. Papa en mama vinden het vooral gewoon bijzonder om het te vieren op de dag dat je ter wereld kwam. Dat zal papa nooit vergeten. In dat opblaasbad in de blauwe kamer van het ziekenhuis in Hoogeveen. Toen was papa even bang dat je uit mijn handen glibberde. Een rondje om de zon later moet ik oppassen dat je niet uit de kinderstoel duikelt of van de trap. En nee, het vloog niet voorbij. En toch, wat ging het snel. Maar ja, wat ben ik blij dat ik dit jaar huispapa was. Tientallen middagslaapjes samen met jou kon doen. Elk stapje en groeimomentje live heb meegemaakt. Onbetaalbaar.

Veel plezier morgen! We hebben toch zo’n fototaart besteld en we openen de dag met het liedje Happy Birthday van Stevie Wonder uit 1981. Kleine familietraditie.

 

220px-Happy_Birthday_Single_7_

Advertenties

#46 Dikke wasbeer

Mevr. Stuubs heeft tien minutengesprek. We hebben net een stuk gewandeld in natuurgebied De Wieden en rijden door naar school. Ik wacht met Grote Broer en mini-Stuubs in een lokale frietkot totdat de tien minuten verstreken zijn. In de auto terug naar huis doet Mevr. Stuubs verslag over het gesprek. De juffrouw ligt soms in een deuk om de humor van Grote Broer. Voorbeeldje van de juf: De woordjes hond, wereld en hand schrijft de achtjarige wijsneus met een ‘t’. Ze vroeg hem onlangs het hele rijtje woordjes opnieuw te schrijven maar dan met een ‘d’. Zuchtend antwoordde hij: ‘Daar begin ik niet aan.’

Een aandachtspuntje is dat Grote Broer niet zomaar door iedereen heen praat. Dat herken ik thuis ook. Hij denkt soms dat hij alleen op de wereld is maar dat mag volgens zijn moeder omdat nog acht is. Ik zeg: ‘Nou, geniet er dan nog maar even van.’ Zegt hij: ‘Wat zeg je? Ik versta je niet omdat ik de enige ben op de wereld.’ Zegt Mevr. Stuubs: ‘Wereld met een ‘t’…’ We lachen en stoppen nog even snel bij een tankstation. Daar is een man aan het betalen bij een automaat. Hij heeft een enorme snor. Ik vraag Grote Broer op welk dier hij vindt dat de man lijkt. ‘Zo’n zeehond!’, zegt ‘ie. Ik zeg: ‘Ik vindt het net een walrus.’ Die bedoelde Grote Broer ook. Ik vertel hem dat ik vroeger na schooltijd naar de Edah ging met mijn beste vriend, twee blikjes Sinas kocht en dan bij de winkelwagentjes ging kijken op welk dieren de voorbijgangers leken. ‘En die man dan?’ Grote Broer wijst naar de man die voor ons staat te tanken. Ik bekijk hem en denk na. ‘Een soort wasbeer.’ Zegt ‘ie: ‘Wel een dikke dan.’

Na de tankbeurt rijden we door de McDrive. Zin in een milkshake-achtig toetje na de frietjestraktatie. Grote Broer wil ook. ‘Jij krijgt een slokje van ons ‘, zeg ik. Grote Broer begrijpt dit soort dingen. Dat vind ik knap van hem. Een achtjarig ventje dat geen milkshake krijgt, maar wij wel. Heel oneerlijk natuurlijk, maar ik leg uit dat het beter is voor hem omdat hij over een uur naar bed gaat en als hij dit te vaak doet hij een dikke wasbeer wordt. Net als heel veel mensen in Amerika die te vaak te grote milkshakes nemen bij de MacDonalds. ‘Ik wil geen dikke wasbeer worden’, zegt hij accepterend. Mevr. Stuubs tikt me op mijn vingers: ‘Kijk nou uit wat je zegt! Straks vraagt de juf iets over Amerika en zegt hij dat daar allemaal dikke wasberen wonen…’ Tegen Grote Broer zegt ze: ‘Jij bent meer een dun stokstaartje. Of is dat onaardig?’ Zegt Grote Broer: ‘Heel onaardig, maar het klopt wel.’

Stuubs

 

Foto: Zoo Portraits

#45 Bootje varen

Papa was dus een weekje bootje varen met ome Willem. Langs de Canarische Eilanden met een luxe zeilboot en een echte kapitein Iglo. Het was toch even moeilijk bij het treinstation. De gedachte dat ik je negen dagen niet zou zien overviel me opeens. Ik was bang dat je me zou vergeten. Stom hè? Op jouw leeftijd is een weekje weg toch bijna 3% van je leven. Maar mama vertelde me dat dat niet zou gebeuren. Ze heeft je foto’s laten zien. Zei je opeens voor het eerst ‘papa’! Dat stelde me gerust. Negen dagen was net een beetje te lang misschien maar ik heb een bijzondere week gehad en was dichterbij dan je dacht.

Vanuit Tenerife is papa naar het eiland La Gomera gevaren. Hier voelde papa zich ooit thuis. Dertien jaar geleden. We hebben eerst twee dagen in de haven van San Sebastian gelegen en belandden midden in het grootste feest van het jaar. De eilandbewoners dansten in traditionele klederdracht en in een tent op het plein werd muziek gemaakt. Keiharde folklore. Voor een buitenstaander niet om aan te horen, maar ik voelde de trots van het eiland. Ik herinnerde me de liefde voor deze plek. De dag na de festiviteiten kwam het moment waarop ik lang naar had uitgekeken. Met de auto doorkruisten we het eiland en reden het dal in. Het Dal van de Grote Koning. Valle Gran Rey. Daar woonde papa. Dertien jaar geleden. Ik was een beetje nerveus. Wat en wie zou er nog over zijn van een ervaring, meer dan een decennia oud. Misschien had ik het opgeslagen als een typische vakantieliefde en heb ik mijn tijd op het eiland geromantiseerd. Ik hoopte stiekem dat de tijd hier had stilgestaan. Dat Javier nog steeds zeven dagen per week open was, dat Björn nog internetminuten en wereldmuziek op compact disks verkocht en dat een pakje Corona’s nog steeds tachtig cent kostte.

IMG_8376

Eigenaresse Laurie laat me de oude studio in La Calera zien.

Ik nam ome Willem mee naar plekken die ik graag wilde bezoeken. Plekken waarover ik hem had verteld. Mijn kleine studio in La Calera. Met de zeeblauwe deur die je vanaf de weg kon zien. Achter die deur deed papa de was. Op het balkon vierde papa dertien jaar geleden zijn twintigste verjaardag. Alleen. Want niemand kwam opdagen. Omdat verjaardagen op het strand of in Bar La Tasca werden gevierd. Toen heeft papa een boekje gelezen en heel lang over de vallei uitgekeken. De mooiste eenzaamheid die papa ooit heeft gekend. Daar wilde ik even spieken. Om het hoekje gluren of alles nog hetzelfde was. Laurie, de eigenaresse, deed open. Ze was toevallig een weekje over uit Amerika! Ik ontmoette haar toen op de boot en vertelde dat ik drie weken de tijd had om een nieuw huisje te vinden, een baan en wat vrienden. Drie weken na aankomst trok ik erin.

De studio was opgeknapt. Heel mooi! De blauwe deur moest alleen wijken voor de uitbouw. Laurie wilde het eigenlijk niet meer verhuren, maar nog wel aan ons. Lief hè! We zouden haar kunnen vragen of we er volgend jaar of zo gebruik van kunnen maken. Want papa had dertien jaar geleden een droom. Een droom om hier ooit met jou te wandelen. Langs het zwarte zandstrand naar La Playa. Hand in hand. Jij tussen mij en mama. Met tussenstops. Croissantje delen op de rotsen. De kleine banaantjes vindt je vast lekker. Stiekem mango plukken of gewoon eentje krijgen van Manolo. Fruithapje. Die droom kwam dichterbij toen papa daar weer liep.

IMG_8404

Onderweg naar La Playa langs het strand. Over een voetpad! Die lag er dertien jaar geleden niet.

Natuurlijk was er het een en ander veranderd door de tijd. De wegen waren verbeterd maar het internetcafé van Björn was verdwenen. Dat was even slikken. Maar wie zie ik opeens voorbij lopen? Björn! Hij had mijn komst voorvoeld, zei hij. Javier niet, maar hij was open. Nog vijf dagen per week. Na het eten in zijn restaurant waar papa werkte kwam hij een praatje maken. Het was alsof we elkaar eergisteren nog hadden gezien. Een aangrijpend weerzien met een oude vriend. Ik hield van deze man. Toen begreep papa opeens waarom dit eiland zoveel indruk op hem had gemaakt. De gratis internetminuten van Björn. Javier die dreigde al zijn geld van de bank af te halen als ze me geen bankrekening zouden geven. Papa was negentien jaar en voor het eerst het huis uit. Op een eilandje langs de kust van Afrika. Hier heeft papa alles geleerd. Leren eten, drie talen leren spreken, voor zichzelf leren zorgen. Geleerd over eerbied en ontzag. Voor de bergen en de zee.

 

image00147

Björn: “Ik heb het liedje dat we samen hebben gemaakt jarenlang afgespeeld in de shop totdat ik er gek van werd. Vanochtend draaide ik het weer voor eerst.”   Selfie: ome Willem.

Het was alsof het eiland tegen me fluisterde. Er kleefde magie aan dit stukje land en er was een afstemming tussen ons. Synchronicity zou ik het nu noemen maar die term kende ik toen nog niet. Als mama het ook wil gaan we volgend jaar samen. Dan laat ik jullie zien en voelen wat ik bedoel. Gaan we visjes kijken en bergwater halen in Epina en naar het eeuwenoude sprookjesbos. Wandelen we samen langs het strand naar La Playa. Lopen we samen mijn droom van dertien jaar geleden. Javier zal er zijn, net als Björn, de spetterende golven en de hoge bergen, de kleine banaantjes en het zwarte zand. Het was alsof ik er weer even contact mee moest maken. Even checken of de liefde nog wederzijds was. Of het wel een echte droom was. Maar het voetpad is aangelegd dus we hoeven er alleen maar op te lopen.

iPhotoiPhoto-mailtmp-2

September 2005 in Restaurante El Palmar

 

 

#44 Twintig jaar ouder

De afgelopen maanden heb ik meters gemaakt. Niet als Stuubs, wel als schrijver van een boek. Mijn eerste boek getiteld Geen cabaretier. Een verhaal over mijn vriend en comedian Leon van der Zanden. ‘Zou het niet leuk zijn als ik een boekje over je schrijf?’, vroeg ik hem in september. Hij vond het allemaal niet zo belangrijk. ‘Niemand zit te wachten op een boek over Leon van der Zanden, behalve mijn ego’, antwoordde hij. Toch ben ik gaan schrijven. Niet met idee om een serieuze autobiografie op te tekenen, maar een portret te maken over Leon’s laatste seizoen als cabaretier. Op 16 januari speelde hij zijn laatste voorstelling en mocht ik hem het eerste exemplaar overhandigen. De definitieve versie is rond april af.

Nu de theatertour erop zit – en daarmee ook mijn werk als tourmanager – is er opnieuw ruimte voor Stuubs. Afgelopen zaterdag ben ik teruggekomen uit Tenerife. Een nieuw blog lag na een fantastische zeilweek langs de Canarische Eilanden op het puntje van mijn tong. Maar er knarste iets. In mijn kajuit, waarin ik ongenadig op en neer werd geschommeld door de oceaan en krampachtig trachtte weerstand te bieden tegen de golfslag, deed ik een poging om na drie maanden weer een eerste blog te schrijven. Maar er was iets veranderd. De enige manier waarop ik iets nuttigs op papier kreeg was door me rechtstreeks te richten op mini-Stuubs. Ik ben een weekje zeilen op de Atlantische Oceaan, was de toon die knarste. Papa is een weekje zeilen met Ome Willem, bleef overeind. Alsof mijn ‘ik’ een stapje terug deed. Verder naar de achtergrond vertrok. Het ego kleiner werd en de vader groter.

Om me heen wordt deze beweging afgelopen week gespiegeld. In mijn eigen boek – wat zowel super gaaf als redelijk narcistisch is om mee te nemen op reis – lees ik een hoofdstuk dat gaat over onbelangrijk zijn. Quote van Leon: Zodra je belangrijkheid wegstopt en het niet-weten omarmt, heeft een groter bewustzijn volledig doorgang. Je ziel is helemaal niet bezig met belangrijk zijn. Die laatste zin gebruik ik een aantal keer in gesprekken met Willem. Mijn lieve vriend staat aan het roer met de gedachte om zeilreizen voor mannen te organiseren. Deels omdat hij het gewoon leuk vindt en deels om belangrijk te zijn. Alsof hij iets neer moet zetten om van waarde te zijn. Een gevoel dat ik herken. Het gewonde ego neemt het roer soms even over. ‘Je ziel is helemaal niet bezig met belangrijk zijn, vriend’, zeg ik tegen hem. Tegelijk spreek ik tegen mezelf.

Afgelopen week heb ik meters gemaakt. Mijlen. Zeemijlen. Van Tenerife naar La Gomera en van La Gomera naar El Hierro en terug naar Tenerife. Op de oceaan. Mezelf gespiegeld. Gespiegeld aan Willem, gespiegeld aan de woorden van Leon van der Zanden in mijn eigen boek. Gespiegeld aan mijn vaderschap en gespiegeld aan de ontrotseerbare natuurkracht van het water. Ik ben een klein bootje dat dobbert op een onmetelijke watermassa. Stuubs gaat na het afleggen van deze mijlen niet meer over mij. Stuubs is er voor mini-Stuubs. Voor later. Een boekje met herinnering aan de eerste fase van zijn leven en hoe zijn ouders dit met hem hebben beleefd. Een relikwie. Een souvenir. Zo wil Stuubs verder. In een nieuwe stijl. Papa was een weekje zeilen met Ome Willem. Elk woord uit deze zin ontroert me. Maakt me bewust dat ik vader ben, een zoon heb, dat ik hem negen dagen niet naar bed heb gebracht, dat zijn moeder alleen voor hem heeft gezorgd, dat ik dankbaar ben voor de ruimte die me is gegeven, dat ik veilig thuis wil komen, dat het leven breekbaar is en dat ik met iemand op reis ben geweest die me deze ervaring heeft geschonken. Allemaal in één enkele zin na een stijlbreuk.

Ondanks het volste vertrouwen in de schipper voel ik bij haast iedere klap van de golven een angst om te kieperen. Niet voor mezelf, maar voor Elandje en mijn gezin. Het gezin, dat wat nooit aan belangrijkheid verliest. Al het andere kan dat wel. Terwijl ik in mijn kajuit wordt heen en weer geslingerd lukt het me om tijdens een nachtvaart in slaap te vallen. Eindelijk is er de totale overgave aan de oceaan. De oceaan die manmoedigheid gedoogd maar het ‘ik’ terugdringt naar een juiste formaat. Ik beweeg mee en na dertien uur meebewegen – waarvan drie uur slapen – lijk ik kleiner en wijzer. Volwassener. Vaderlijker. En nadat Mevr. Stuubs op de avond van mijn thuiskomst met de stilstand heeft gebroken, kan Stuubs na een stijlbreuk weer verder. ‘Het is alsof je twintig jaar ouder bent geworden’, zegt Mevr. Stuubs nadat ik een dag thuis was. Ik voel niet meteen aan of ik zojuist een compliment heb ontvangen of juist niet. Ik beweeg mee. Ze lacht. Vandaag merk ik het ook. Dat ik een heleboel dingen ineens niet meer zo belangrijk vind. Het lijkt erop dat steeds meer dingen in het leven steeds onbelangrijker worden naarmate je ouder wordt…

Stuubs

#43 De oceaan

Stuubs was afgelopen week weg.  Negen dagen. Voor het eerst als papa zo lang weg. Hij heeft al even niet geschreven. Althans niet aan zijn blog. We wilden samen een blog schrijven ´de mislukking´. Over hoe ons plan dat ik zou werken en hij de thuispapa zou zijn mislukt voelde. Over hoe het mij niet was gelukt om borstvoeding, de zorg voor mini-Stuubs en het starten in een nieuwe functie op mijn werk te combineren. Over hoe ik op wilskracht alles tegelijk heel goed probeerde te doen en totaal voorbij ging aan mijn gevoel.

Het blog zou gaan over hoe ik in september vlak na mijn verjaardag mijn grens tegen kwam en het even helemaal niet zo leuk allemaal was. Over hoe ik op de bank zat en eigenlijk nergens meer zin in had. Over deuren die ik open liet staan, spullen die ik steeds kwijt was een kopje koffie zetten al veel energie koste en ik niet meer goed durfde te autorijden. Over de vele tranen die stroomden, de woorden die vielen en de onmacht die ik in Stuubs zijn ogen zag.  Daarover. Dit blog kwam er niet en met het niet komen van de ‘mislukking’ stokte ook andere blogs op Stuubs even. Zelfs het schrijven van ‘de mislukking’ mislukte.

We konden het denk ik ook onmogelijk schrijven terwijl we er in zaten. Want het was niet goed in woorden te vangen hoe ik me voelde en zinnen die ik voor mezelf schreef te duister om te delen.  Ik schaamde me en een deel van mij ontkende dat het even helemaal niet zo goed ging.

We zaten in een storm.

Toch wil ook dit stuk gedeeld. Toen Mini-Stuubs negen maanden werd, ik een tijdje niet had gewerkt en alleen nog de ochtendvoeding gaf leek er een soort mist op te trekken. De helderheid kwam langzaam terug. De vreugde ook. De relativering, het plezier en de humor.  Tijd om weer te schrijven. Want woorden zijn er om te stromen en te delen.

Stuubs schrijft zijn blog voor Mini-Stuubs. Zodat hij later kan lezen hoe de eerste tijd was toen hij werd geboren. Over onze verwachtingen vooraf, over de bevalling, zijn eerste lachje en wat zijn geboorte met ons en grote broer deed.  Over de kleine grote dingen.

Het zou gek zijn als deze periode er niet in zou zitten. Toch was het even stil en schrijft nu niet Stuubs maar mevr. Stuubs. Waarschijnlijk lukt het Stuubs wel om een vorm te vinden waarbinnen dit stukje past.

Stuubs noemt de vrouw de oceaan. Die beweegt, die stroomt, die golft en onvoorspelbaar tekeer kan gaan. Een oceaan waarvan de golven deinen en soms ineens metershoog worden. De oceaan die als die rustig is prachtig is om rust en energie van te krijgen maar als die woest is er als man niks anders op zit dan mee te bewegen met de stroom. Je over te geven aan het water.  De afgelopen periode was mijn oceaan een soort plastic soup met allemaal rotzooi erin. Een plastic soup die de ene dag best lief kon zijn en de andere dag woest.  Een golvende deinende watermassa. Bijna niet te doen om op mee te bewegen voor mijzelf niet, maar al helemaal niet voor Stuubs.

Afgelopen tijd heb ik ontdekt  hoe ik zelf de rommel uit de oceaan krijg. Hoe ik mijn heilige ruimte schoon krijg en houdt en vandaar uit kan verbinden. Een ruimte in mij helemaal voor mijzelf. Een persoonlijk traject bij Aereon en meedoen aan het programma Bezield Geld hebben mij dit gebracht. Nu ik weet hoe ik mijn eigen heilige ruimte schoon hou, hoe ik zuiver kan verbinden met de bron en stroomt alles zo veel vloeiender. Ben ik vanuit mijn innerlijke vuur een oceaan van water met lucht en aarde erom heen. Stroomt het weer tussen Stuubs en mij. Is de heiligheid tussen ons weer terug. En in die heilige ruimte kunnen we elkaar echt ontmoeten, echt aanwezig zijn met aandacht voor elkaar.

Afgelopen dagen heeft Stuubs op de echte oceaan gevaren. Een zeilreis. Voor mannen. Omdat mannen er soms even uit moeten om het diepgewortelde verlangen naar vrijheid te voelen. Een ontdekkingsreis naar de verborgen schatten van de Canarische Eilanden. Stuubs kent van één eiland de schatten al omdat hij daar heeft gewoond. Hij was vooral mee om te pionieren om de eerste van deze mannenreizen vast te leggen en te onderzoeken wat haalbaar en mooi is voor de toekomstige reizen. Georganiseerd door ome Willem. Vannacht komt hij weer thuis. Ik verlang ernaar. Benieuwd wat deze oceaan hem heeft gebracht.

Mevr. Stuubs

#42 Deadlift

Het was maar een klein stukje fietsen en ik was er al honderd keer voorbij gelopen. Straat uit, links, rechts, bruggetje over, langs het spoor, voorbij de geitjes naar sportschool Bas van Wegen. Your personal motivator stond boven de ingang van de grijs geverfde oude schuur aan het spoor. Binnen was alles in rood en antraciet met motiverende zelfstandig naamwoorden op de muur. Er hingen nostalgische voetbalshirts ingelijst van Feyenoord, FC Emmen en een keepersshirt van Oranje tegen Engeland, gesigneerd door Edwin van der Sar. Maar mijn oog viel direct op het Ajax shirt van ’95 dat hier aan de wand was gespijkerd achter de fitness apparaten. Iemand uit het legendarische Ajax van ’95 had misschien wel in dit shirt gespeeld. De Boer? Kanu? Litmanen?

Achter een smal bureautje werd ik optimistisch welkom geheten door een veel te blije personal motivator. Maar echt veel te blij. Het was Bas van Wegen zelf. Net als ik, 33 jaar oud. Net als ik, voormalig keeper. Maar dan mét talent. Hij speelde in de jeugd van Feyenoord en Ajax. Deze man had met Abubakari Yakubu gespeeld op één veld en met Anthony Obodai onder één douche gestaan. Ik kreeg zijn volledige aandacht toen ik afgelopen zomer met knikkende knieën en een pijnlijke onderrug binnen stapte. Het was er kleinschalig. Er heerste gedrevenheid en het leek in de verste verte niet op een sportschool. Perfect! Maximaal zes mensen per training. Vaak twee personal trainers. Hier durfde ik deze uitdaging misschien wel aan.

Ik heb een ontluisterende takkehekel aan sportscholen. Van de geur van muffige gymtassen en de grimmigheid van opporrende housemuziek. Fietsen staan er te veel en te dicht op elkaar, de macho´s blazen in tweetallen hun spierbundels op en in een ruimte achter het glas danken meisjes hun strakke billen aan de wekelijkse zumbales. Ik haat het. Maar ik moest. Ik kon mini-Stuubs haast niet meer uit zijn bed tillen. Mijn vaderlijf werd te wiebelig. Een voor mijn rug dodelijke lift, die ik de komende maanden dagelijks meerdere keren wordt verwacht te kunnen uitvoeren. Hernia-herhaalrecept-alert! Het vaderschap stond op instorten. Een broze en gehavende ruggengraat met slapjanussen van spieren er naast. Mijn zoon werd elke maand een kilo zwaarder en ik zag de bui al hangen.

Ondertussen schreef ik vrolijk verder over mijn eerste ervaringen als vader terwijl ik in de fuik liep van de herniarecidivist. In maart vorig jaar moest ik onder het mes. Ik liep al een tijdje krom en in het theater in Tiel viel in januari mijn linkerbeen uit. Zo´n dof gevoel in je bakkes alsof je net uit een tandartsstoel komt, maar dan in heel je been. Staan ging niet meer. Heb ik in de artiestenfoyer van het theater mijn ex gebeld. Omdat ze fysiotherapeut was. Maar ze kon het er op afstand niet uit masseren. ´s Nachts naar het ziekenhuis dus. Afgelopen vrijdag was ik weer in diezelfde artiestenfoyer in Tiel en stapte ik in de herinnering van toen. Hier liep ik krom, hier strompelde ik langs, hier huilde ik bijna, hier deed ik alsof het wel ging, hier lag ik op de bank, hier belde ik mijn ex. Hier werd ik gevloerd. Het verdoofde gevoel zit na anderhalf jaar nog steeds in mijn linkervoet en -knieholte en af en toe spuugt de zenuw nog een straffe scheut pijn door het been.

Ik had wel een revalidatietraject gevolgd en kon, zoals dat heet, wel weer redelijk vooruit. Maar veel kracht was verloren gegaan tijdens weken van roerloos inactief op bed liggen. In het geheim verlang ik wel eens terug naar die ervaring. Naar de weken die ik statisch horizontaal doorbracht op de zolder bij m’n ouders. Zolang ik het lijf niet bewoog en de benen in een hoek van negentig graden lagen, waande ik me in een parallel universum waar verantwoordelijkheid niet bestond. Het eten werd verzorgd, de medicatie geserveerd met glaasje water en de plasfles twee maal daags geleegd in het dichtstbij zijnde toilet. Ik kon niets, dus ik hoefde niets. Geoorloofd niets doen. Een prettige bijwerking wanneer je verantwoordelijkheden even tijdelijk op non-actief worden gezet.

Echter de verantwoordelijkheid om ook fysiek een sterke vader te zijn, kon ik niet langer ontlopen. Je gaat, zei ik tegen mezelf. Je kunt verdomme je eigen kind niet meer uit de box tillen. Eigenlijk was mini-Stuubs mijn motivator. Het gevoel van verantwoordelijk zijn in dit stuk bracht hij onbedoeld in mijn bewustzijn. Binnenkort moet ik dansen met hem op mijn arm, paardje rijden door de kamer en buiten voetballen. Ik eiste discipline. Ik schreef me in. Binnen stonden louter van die bodybuildingsapparaten en er was in heel de ruimte geen fiets of hometrainer te bekennen. ‘We hebben wel een roeiapparaat, maar die wordt bijna niet gebruikt’, zei Bas. Pulley-row, 15 kilo, 12 keer, tempo 3-1-3-1, 90 seconden rust. Hipthrusters, 0 kilo, 8 keer, tempo 3-1-3-1, 90 seconden rust. Vier setjes. Daar ging ik.

‘Hoe is het?’ Ik loog dat het wel goed ging en klaagde over de spierpijn in m’n reet. ‘Móói!’, zei Bas, ‘… dan gaan we beginnen.’ Bas was net onze kraamhulp. ‘En… hoe was de nacht?’ Begon ik te mekkeren over weinig slaap. ‘Móói!’, zei ze. ‘Heb je was? Ga ik vast een wasje draaien. Ik ben dol op was!’ Die mentaliteit had ik nodig om door het wantrouwen in mijn fysieke basis heen te beuken. De eerste oefeningen durfde ik niet eens te doen. Tranen in mijn ogen. Telkens als de dienstdoende motivator even niet keek, wilde ik via de achterdeur ontsnappen. De pijn die daar al tijden lag opgeslagen als een slapende reus, kreeg nu aandacht en werd door iedere lichaamsbeweging uitgenodigd om zich te laten zien. Het was een bikkelharde confrontatie met de rotte fundering van mijn leven. Een fundering waarop ik inmiddels een gezin had gebouwd. Onverantwoord, zo’n soort paalwoning uit het neolithicum.

Veel kilo’s tilde ik de eerste weken niet weg. Belangrijk was dat ik de beweging goed en geconcentreerd uitvoerde. Iedere keer wanneer ik op de fietst stapte naar de grijs geverfde schuur met de voetbalshirts aan de muur, probeerde ik bij het bruggetje al in de juiste mindset te komen. Dan dacht ik aan Jari Litmanen. Oud voetballer van Ajax. Hem zag ik ooit vanaf de tribune in het PSV stadion warmlopen. Dat maakte een onuitwisbare indruk. Vanaf het moment dat hij in de eerste helft de reservebank verliet had ik geen oog meer voor de wedstrijd tussen PSV en Ajax. Litmanen ook niet. Ik was voor mijn gevoel zijn enige toeschouwer. Een keer hoorden we het stadion uit zijn dak gaan bij een doelpunt voor Ajax. Ik keek naar Jari. Jari keek op, keek om, klapte twee keer demonstratief in zijn handen en ging weer verder. Zijn spieren waren belangrijk. Die moesten straks nog zeven minuten aan het werk. Mijn ogen waren onafwendbaar gericht op de legendarische warming-up van het Finse voetbalfenomeen. Iedere lichaamsbeweging onovertroffen ten uitvoer gebracht. Opperste concentratie. In zijn eigen spiermassa verzonken. Zijn kruispas en zijwaards fabuleus, het armen-zwaaien ontzagwekkend. Afgewisseld met legendarische rekoefeningen. Iedere spiervezel, iedere pees, iedere aanhechting maakte hij wakker en liep hij warm. Jari Litmanen had warmlopen verheft tot Olympische sport. Zijn lichaamsbewustzijn was van een andere planeet. En als ik bij het bruggetje vergat aan Jari te denken, herinnerde het Ajax shirt aan de muur me aan de instelling waarmee ik mijn krachttraining begon. Mijn oefeningen goed uitvoeren, aanwezig zijn in mijn lichaam en niet laten afleiden door de housemuziek in de grijze schuur.

Ik begon het leuk te vinden. Vooral het apparaat waar je liggend zo’n stang met kilo’s eraan omhoog moest liften. Onder de hoede van Bas van Wegen en zijn team werd ik sterker. Maar de echte basis had ik nog niet gelegd, vond hij. Ik was nog niet zo ver dat hij me een deadlift ofzo kon laten doen. Maar die deed ik inmiddels thuis wel weer.

Stuubs

 

#41 Woensdagavond

Ik kon helemaal niet bedenken wat ik zou gaan doen. Er lagen te veel mogelijkheden voor een woensdagavond alleen thuis. Grote Broer lag op bed en mini-Stuubs was met zijn moeder een nachtje logeren bij opa en oma. Ik moest nog wat administratie en heb wat aan mijn nieuwe business geknutseld in kantoor. Plaatjes van het hoofd van een witte tijger opgezocht ter inspiratie voor een nieuw logo en enkele pagina´s redactiewerk voor een nieuw boek. Veel meer kreeg ik niet in woensdagavond gepropt.

Buiten was het nog aangenaam. Ben ik even gaan zitten genieten van woensdagavond met mezelf. Zover ik me kan herinneren, de eerste en enige na de geboorte van Eland. Moest ik verdorie opeens naar het toilet. Had ik geen zin in. Dat kostte te veel tijd. Zonde van mijn woensdagavond. Heb ik gewoon buiten in de tuin gepist. Tegen de coniferen aan. Gaf me een vrij gevoel. Een gevoel dat helemaal paste bij deze woensdagavond. Kon ik twee minuten langer genieten van buitenzitten op woensdagavond. Een vreemd soortige noodzaak naar efficiëntie. De beoogde ontspannen woensdagavond verzand in een onnodige haast. Ik zag het gebeuren. Rusteloos voelde ik donderdag al naderen. Het werd nog erger. Ik ging woensdagavond leven alsof het mijn laatste was. Maar de wekker zou om 7.00 uur gaan. Ik moest naar bed maar mijn woensdagavond was niet compleet als ik niet op de bank een huilfilm had gekeken of het boek van Nico Dijkshoorn had uitgelezen. Het werd muziek luisteren op de bank. Drumcovers van Toto op mijn koptelefoon leken me wel even lekker als slot voor woensdagavond. Beetje in de lucht mee drummen met twee afstandsbedieningen. En dan zo’n gezicht trekken alsof je op vrijdagavond mee rockt op het ritme van een lokaal bandje in een muziekcafé. Tongetje eruit alsof je Ton Dijkman bent. Niemand die het ziet. Daarmee was woensdagavond tot de laatste druppel leeg. Zat ik teleurgesteld op de bank. Van alle overvloedigheid aan dingen om te doen, had ik voor dit gekozen? Negen verschillende drumcovers beluisterd van Rosanna op YouTube? Wat een deceptie.

Ik had nog veel meer willen doen. Er meer uit willen halen. Woensdagavond uit willen likken als een kom met beslag voor chocolademuffins. Ouderwets TV kijken bijvoorbeeld. Met twee blikjes Pepsi en een zak Dorito’s. Half uurtje totaal zinloos Candy Crushen had ik stiekem ook behoefte aan. Verdwijnen in een spontane improvisatie op de piano. Kaarsjes branden, beentjes over elkaar, bluesmuziek door de luidsprekers blazen met een groot glas rode wijn en een sigaar. Dat had deze woensdagavond mooi afgerond. Ik had de Playstation van zolder willen halen en in m’n eentje Fifa ’99 willen spelen. Maar het was inmiddels al geen woensdagavond meer. Woensdagavond was voorbij.

In bed tel ik de uren voordat de wekker gaat. Dat waren er nog vier en een beetje. Ik sliep met de deur dicht. Met de deur dicht! Een volledig hermetisch afgesloten ruimte met alleen ik erin. Vanzelfsprekend lig ik in het midden van het bed. Schuin. Terugblikkend op woensdagavond. Had ik de afgelopen periode te weinig tijd voor mezelf gepakt waardoor ik dit dwaze gedrag ging doen of iets moest compenseren? Had ik te veel druk gelegd op woensdagavond? Woensdagavond had nooit aan al mijn verlangens kunnen voldoen. Het overviel me. Even nergens op te moeten letten. Behalve op Grote Broer dan, maar na een verhaaltje slaapt ‘ie totdat de zon weer op komt. Ik draaide naar mijn rechterzij en sloot mijn ogen. Zag ik Elandje meteen voor me. Oogjes dicht, rustig ademend in zijn slaapzak. Miste ik ‘m… Dat ik ‘m niet over z’n bolletje in slaap had geaaid. Ging ik op m’n telefoon naar een recente slaapfoto van ‘m kijken en hoorde ik mezelf fluisteren: ‘Lekker slapen, lieve schattekop.’ Mooiste moment van woensdagavond. Geen touw aan vast te knopen, dat vaderschap. Licht uit, einde woensdagavond.

Stuubs